vrijdag 18 juni 2010

Rekenen

We zitten aan tafel, want we zijn aan het werk.
Hij is vijftien jaar. Zijn hulpvraag is complex. Gebaren gaat moeizaam en doet hij bijna nooit spontaan. Soms is hij heel boos dan smijt hij alles van tafel, knijpt me of trekt me aan mijn haar of kleding.
Vandaag niet, hij is rustig en tevreden. We zitten naast elkaar en we rekenen. Eerst schrijf ik een som op en hij kijkt hoe ik dat doe. Hij kan wel zelf schrijven, maar kijkt eigenlijk liever toe hoe een ander dat doet. De som uitrekenen wil hij wel en ik leg hem de som voor. Hij kijkt naar de som,… er gebeurt niks. Ik wijs het eerste getal aan, hij kijkt en gebaart. Goed zo.
Dan het tweede getal. Hij kijkt in de lucht en maakt een geluid dat lijkt op lachen. Ik vind het altijd erg grappig als hij dat doet, maar nu wil ik de som uitgerekend hebben. Ik tik hem aan en wijs op het tweede getal. Hij kijkt en gebaart. Goed zo. Ik hou zijn aandacht vast, herhaal de som en vraag “hoeveel samen?” Het antwoord komt feilloos, alsof hij er nauwelijks over na hoeft te denken. Geamuseerd kijkt hij toe hoe ik het antwoord in zijn schrift noteer.
Voordat ik aan de volgende som begin probeer ik in te schatten hoe de stemming is. Hij heeft er de laatste tijd nogal een handje van om plotseling van stemming te veranderen en kan dan plotseling aanvallen. Alles is okee, hij zit er ontspannen bij.
Ik schrijf een nieuwe som op. Hij kijkt. Ik wijs het eerste getal aan, hij kijkt naar buiten. Ik wacht even en tik hem daarna aan, mijn andere wijsvinger tikt op het eerste getal. Hij kijkt langs me heen naar de deur. Het contact is weg, hij is weer in zijn eigen wereld. Ik laat hem even, maar ik wil dat hij de som maakt dus ik schud hem zachtjes bij zijn schouder heen en weer. “ HA! ” roept hij hard en draait zijn hoofd met een ruk naar het raam. “ HAHA! ”, zegt hij en zijn hoofd draait weer richting deur. Ik leg me er grinnikend bij neer dat de rekenles zo goed als afgelopen is.
Plotseling kijkt hij me aan alsof hij nu pas in de gaten heeft dat ik er ook zit. Met een serieuze, constaterende blik kijkt hij me aan en maakt mijn naamgebaar wat door zijn gebrekkige motoriek erg grappig overkomt: ” José ”.
Een moment ben ik overdonderd door zijn spontane uiting, maar niet lang en ik gebaar terug:” Ja, ik ben José, we zijn samen aan het werk”. Hij laat die informatie eens rustig op zich inwerken. Terwijl hij me aan blijft kijken gebaart hij nog eens: ” José ”.
Ik gebaar terug: ” Ja, José ”. Hij lacht en gebaart: ” José, José ”. Dan, met een zucht, hangt hij weer op zijn stoel en kijkt naar de som.
Er moet tenslotte wel gewerkt worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen