vrijdag 18 juni 2010

Betutteling

Voordat de deelnemers aan boord komen krijgen we van Mark wat achtergrond informatie over hen. Ik zit er voor het eerst bij. In tegenstelling tot wat ik gewend ben vanuit mijn praktijk als leerkracht gaat het in deze bespreking om volwassenen met een beperking op lichamelijk gebied. Voor de rest zijn het mensen zoals ik. Mondig en goed in staat om voor hun eigen behoefte op te komen. Zij kunnen mij vertellen of ze mijn hulp willen en hoe ze die geregeld willen zien. Bovendien kunnen ze mij feedback geven op mijn gedrag ten aanzien van hen. Mijn leerlingen kunnen dat niet en ik realiseer me ter plekke wat een veilige positie ik inneem in mijn klas. Hier valt die veiligheid weg en ik besluit goed op te letten. “Okee, dan komen we nu bij Diënne, zegt Mark, “zij is blind”. “Maar denk maar niet dat dat haar hier aan boord ernstig belemmert”, valt Maaike in, die maat is tijdens deze reis. “Ze rent hier over het dek alsof ze alles gewoon ziet en is wars van betutteling in welke vorm dan ook”.
“ Betutteling”, denk ik, “daar heb je dat woord weer”. Dat is dus iets wat we moeten voorkomen en tav deze dame helemaal. Ik probeer me een rennende blinde vrouw aan dek voor te stellen. Het lukt me niet. Ik heb nog nooit een blinde zien rennen, laat staan op een schip. En wat zou ze doen als ik haar betuttel? Krijg ik dan een preek? Scheldt ze me uit? Zegt ze het tegen de bemanning? Krijg ik dan van de bemanning een preek? Ik ben nu al een beetje bang voor deze vrouw.
“Oké, denk ik bij mezelf, wat ik ook doe tijdens deze reis; NIET BETUTTELEN vooral NIET BETUTTELEN”.
Maar wat is betutteling? Ik kom er niet uit en voel mijn schouders verkrampen. Welk gedrag is betuttelend en wie bepaalt dat? In hoeverre kan ik in mijn eentje verantwoordelijk zijn voor betutteling? De ander laat het dan toch ook toe als ik tekenen van betutteling vertoon?. Voor iedereen zal het ook weer anders zijn. De één ervaart een bepaald gedrag als betutteling terwijl de ander dat helemaal niet zo ervaart. Ik zal erop moeten vertrouwen dat de mensen het mij laten weten als ik betuttel. Alleen zo kom ik erachter.
“ Wil je het mij laten weten als ik je betuttel?”, vraag ik aan Diënne. Ze valt best mee en we hebben met zijn tweeën veel lol aan boord. Het is voor mij de eerste keer dat ik contact heb met iemand met een beperking waarbij de communicatie niet volledig van mij afhankelijk is en dat ervaar ik als een eye-opener. We zijn aan elkaar gewaagd, pesten elkaar en maken grappen over het fenomeen BETUTTELING. “Als je mij betutteld, sla ik je met mijn stok”, zegt ze. Dat lijkt me duidelijk en bovendien ook grappig om eens uit te lokken. Ik haal alles uit de kast en vertoon met verve dat gedrag waarvan ik denk dat het betutteling is. Regelmatig heb ik een mep te pakken.
Op een dag lopen zij en ik met nog een andere deelnemer in een rolstoel door Dokkum. Er raakt een wiel van de rolstoel los en die rolt voor ons uit de terp af. Diënne neemt doortastend de leiding: ”Oké, geef mij die rolstoel. Ik blijf hier staan. Ga jij terug naar de Lut om hulp te halen. “Weet je het zeker?”, vraag ik. “Ja…Ga…Snel!”
En terwijl ik terugren naar de Lut denk ik “ Hallo, wie betuttelt hier nou wie?”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen