vrijdag 18 juni 2010

De derde dag

Het is een drukte van belang aan boord van de Lutgerdina. Deelnemers worden gebracht door familie, vrienden of komen op eigen gelegenheid aan boord. Vrijwilligers en bemanning waren er al. In een wirwar van mensen wordt er begroet, omarmd, voorgesteld. Ik ben in mijn nopjes, want ik ben al eerder meegeweest en weet nu een beetje wat er van mij verwacht wordt. De bemanning en een paar van de vrijwilligers ken ik al. Het geeft me een veilig gevoel. Bovendien ben ik dol op dit soort bedrijvigheid. Heerlijk al die mensen bij elkaar! En stuk voor stuk zo aardig en positief. Dit kan niet anders dan een zeer geslaagde week worden. Wanneer we eindelijk vertrekken merk ik het al meteen: dit team vrijwilligers is top. Iedereen is zo open en de communicatie verloopt vlekkeloos. De bemanning zal geen kind aan ons hebben en trouwens over de bemanning gesproken, ik vind het zo knap dat zij week na week zo goed gehumeurd blijven. “ O, geen probleem om er ’s nachts even uit te gaan voor medicijnen”, zeg ik tegen een collega. “Ik help X wel even op het toilet”. “Joh, ik ben toch altijd vroeg wakker, dus ik zet het ontbijt wel klaar”. “Als straks het zwaard opgehesen moet worden wil ik dat wel proberen”. Ik zorg, ik regel en ik zeil. Onvermoeibaar. Dit gaat goed, dit gaat heel goed, tot…
De derde dag. Met moeite sta ik op op de afgesproken tijd. Heb ik X nou wel of geen medicijnen gebracht vannacht? Ik kan het me niet herinneren. Alle douches zijn bezet. Dan ga ik me maar eens over het ontbijt ontfermen. Ik maak de thee wel en zal eerst even de thermosflessen omspoelen. Hé, wel gek dat die thee die ik net weggooide nog gloeiend heet was en dat terwijl hij al van gisteravond was. “Dit zijn wel hele goeie thermosflessen”, denk ik suffig. Pas als een collega roept: “Huh?!? Ik had toch thee gezet?”, dringt tot me door wat ik gedaan heb. Sorry. Ik loop hier duidelijk in de weg. Voor de vorm verplaats ik nog even wat broodmandjes en melkpakken op tafel. “ Laten ze dan ook eens wat duidelijker zijn over die thee”, denk ik terwijl ik op zoek ga naar een vrije badkamer. Onderweg word ik tien keer aangeschoten over dingen waar ik niet eens over na wil denken of waar ik zowiezo niets vanaf weet. “ Verzin zelf wat”, denk ik knorrig over mijn collega’s. Ik heb werkelijk nog nooit zoveel onzelfstandige mensen bij elkaar gezien. Waarom moet ik overal een antwoord op weten? Ik wil me aankleden, maar moet eerst mijn tas onder een stapel andere tassen vandaan zien te krijgen. Sjongejonge, moet iedereen zijn spullen nou echt zo lomp op die van mij plempen? Eigenlijk ook van de zotte dat we met zoveel mensen op zo’n klein oppervlak samen moeten leven. Totaal onverantwoord. “ Moet X nou alweer naar de wc? Die is toch net geweest?”. Tijdens het zeilen merk ik pas echt hoe moe ik ben. Als het zwaard opgehesen moet worden verstop ik me achter een elro. Het grootzeil hijsen lukt me maar twee slagen en trouwens, waarom moet dat eigenlijk? We hebben toch een motor? Ik weet niet waar de bakstag is en daar mag de bemanning wel eens wat meer rekening mee houden. Waarom moet ik dat steeds weer opnieuw vertellen? Onthoud het eens een keer . Communicatie mensen! Wat doet iedereen toch moeilijk. Waren ze de hele tijd al zo chagerijnig?. Nee, ik wil het grootzeil niet strijken. Ik wil huilen en dan slapen of eerst slapen en dan huilen en dat de rest van de week. De rest van de week? O nee, dat gaat niet gebeuren. In de volgende haven ga ik van boord. Dit is niet mijn idee van een vakantie, zo tussen al die mensen die helemaal niet in de gaten hebben hoe ik me voel.
“Gaat het wel goed met je?”, onderbreekt een collega mijn melodramatische gedachtenstroom. Ze houdt mijn handen vast en brengt me letterlijk tot stilstand. “ Ga anders even een uurtje liggen”.
Ik geef me over en slaap een uur. Als ik daarna weer aan dek kom ziet de wereld er anders uit. Wat een lieve mensen allemaal. Zo aardig en zo positief.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen