dinsdag 31 augustus 2010

Hij's dood

Dit verhaal gaat over Babette. Ze is onze jongste. Soms is ze het kleine zusje van de groep en soms een diva met sterallures. Met haar manier van praten maakt ze ons vaak aan het lachen. Ze herhaalt het laatste woord van een zin die tegen haar gesproken wordt. Dat doet ze op een vragende manier. Bepaalde medeklinkers komen er ook anders uit dan ze ze bedoelt. Zo is een “hamphamp” een zaklamp en “ bandband” betekent plakband om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Wij zeggen “Babetti” tegen haar, gewoon omdat we haar zo lief vinden.
Eens in de zoveel tijd gaat Babette logeren in het kinderhuis, Wijkersloot. Vandaag ook. Babette wordt de klas ingereden door Richard haar taxi chauffeur. Hij zeult een grote tas met zich mee.
“ Hosé?”, zegt ze verbaasd, terwijl ik er toch echt iedere ochtend sta.
“ Hee Babetti, wat heb je daar?”
“ Hiat”, zegt ze en wijst naar Richard.
“ Ja Richard. Wat heeft ie bij zich?”
“ Tas”.
“ Ja, wat een grote tas. Waarom heb je die mee?”
“ Hoferen! “, glundert ze.
“ Ga je logeren? Wat leuk! “
“ Hij’s dood!!!”, roept ze enthousiast.
Sandra en ik kijken elkaar verbaasd aan. Neemt het gesprek hier een andere wending? Is er iemand overleden. Haalt zij dingen door elkaar of gaat dit nog over het logeren? Ons gezicht is één groot vraagteken. Eigenlijk gek, want we weten dat ze op Wijkersloot gaat logeren, maar dat verband hebben wij op dit punt nog niet gelegd.
“ Wat bedoel je Babetti?”
“ Hij’s dood!”, meldt ze ons weer enthousiast.
“ Hè? Wie is er dood?”
“ Nee, Hij’s dood”.
Wij geven het even op. Babette niet. Gedurende de ochtend horen we regelmatig “Hij’s dood”.
Pas als ik Geoffry zijn boterham geef en Babette nogmaals zegt : “ Hosé, hij’ s dood”, valt bij mij het kwartje. “O”, zeg ik tegen Sandra, ze bedoelt: “Wijkersloot”. “ Ja!!!”, roept Babette: “ Hij’s dood”. Even is het stil. Dan spuugt Geoffry zijn brood uit van het lachen. Hij woont namelijk permanent op “Hij’s dood”.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen