Het is bijna
Moederdag en ik weet het perfecte cadeau voor mijn moeder. Ik ga een tasje voor
haar haken, een rond tasje voor bij haar witte rok met rode strepen. Eigenlijk
heb ik het liefst dat mijn moeder altijd in rokken of jurken rondloopt. Het maakt
haar nog mooier en wie wil er nou niet mooi zijn? Toch draagt ze ze maar heel
weinig. Jammer. Als ze een mooi zelfgehaakt tasje krijgt dan moet ze wel vaker
die mooie rok met rode strepen aan. Wat een briljant idee van mij! Ik begin
meteen met een restje rode wol dat ik nog had. Ja ja dit wordt echt leuk hoor!
Wacht eens!
Ik koop een rolletje Rang voor haar en dat doe ik dan in het tasje. Zo wordt ze
dubbel verrast. Met een tevreden gevoel over mezelf maak ik het tasje af. Voor
een gulden koop ik een rolletje Rang en dat doe ik in het tasje. Het tasje
verstop ik in mijn kast. Ziezo. Klaar. Nog maar een paar dagen te gaan tot
Moederdag. Dit gaat leuk worden!
Die avond
kan ik de slaap niet vatten. Het tasje met het rolletje Rang blijft maar
rondspoken in mijn hoofd. Ik vind Rang ook heel lekker, maar kan er natuurlijk
niet eentje nemen want dan is het rolletje aangebroken en daar kun je op
Moederdag niet mee aankomen. Ik woel en ik draai. Ineens weet ik het. Als ik de
snoepjes nou los in het tasje doe dan kan ik er best eentje nemen, want dat
valt dan niet meer op. Zo doe ik het. De dagen tot Moederdag verzin ik steeds
een excuus om een Rangetje te nemen tot er nog maar vijf over zijn. Vindt ze
vast niet erg. Op Moederdag geef ik haar het tasje. Ze is er zo blij mee dat ze
de ontbrekende Rangetjes niet echt mist. Ze moet er zelfs om lachen dat ze weg
zijn.
Die avond
trekt ze haar witte rok met rode strepen aan omdat ze uit gaat met mijn vader.
Ze neemt mijn rode tasje ook mee. Het staat er perfect bij en maakt haar nog
mooier dan ze al is.